Het verhaal van Dicky, die bijna 50 jaar lang de geschiedenis van Haarsma meeschreef
Sommige mensen zijn zo nauw met een bedrijf verbonden, dat hun verhaal eigenlijk niet los te zien is van de geschiedenis ervan. Dicky Tjalsma is zo iemand. Al bijna vijftig jaar is zijn leven verweven met Haarsma. Eerst tussen het maaien door, in de schaarse uren die zijn melkroute hem gunde. Later fulltime, met beide handen in het werk. En uiteindelijk als uitvoerder op de grootste en meest complexe projecten die het bedrijf ooit aanpakte. Wat begon uit passie, groeide uit tot een leven lang werken met plezier.
Begonnen met melkrijden en maaien
Voordat Dicky bij Haarsma kwam, reed hij melk. Voor zichzelf. In de vroege ochtend trok hij langs de boerderijen om de melkbussen op te halen. Rond elf uur was hij weer thuis. En dan begon eigenlijk zijn echte passie: in die uren hielp hij bij een loonbedrijf met maaien. “Dat was mijn werk en hobby tegelijk,” zegt Dicky lachend.
“Er werd gevraagd of ik eens even kon helpen. Het was namelijk druk. Of ik bij een paar boeren wilde maaien. Dat werd al snel geen ‘even’ meer. Dat ging bijna het hele jaar door.” Wat als kleine gunst begon, werd al snel een tweede bestaan. Het land op, de geur van vers gemaaid gras, het ritme van de seizoenen. Daar voelde Dicky zich thuis.
Toen Haarsma het loonbedrijf overnam, lag de vraag voor de hand. Of hij niet voor hen wilde blijven maaien. Natuurlijk wilde hij dat! Eerst nog naast het melkrijden maar na een paar jaar hield het melkrijden op en kwam hij volledig bij Haarsma in dienst. “Sindsdien ben ik eigenlijk nooit meer weggeweest.” Een simpele constatering, maar er zit een heel werkleven in besloten.
Van hobby naar vak
In de zomer maaien. In de winter sleutelen aan machines in de werkplaats, onderdelen repareren, gereedschap onderhouden. Dicky deed het allemaal en deed het graag. “Ik vond het mooi werk. En je ziet resultaat van wat je doet.” Die directheid, die tastbaarheid van het resultaat, daar hield hij van.
Hij werkte als monteur, stond op de machines en leerde het materieel door en door kennen. Elke bout, elke hendel, elk geluid dat niet klopte. Tot er op een dag werd gevraagd of hij ook uitvoering wilde doen. Projecten leiden in plaats van machines bedienen. “Dat ging van kwaad tot erger,” zegt hij met een glimlach die de ironie niet verhult. “Vanaf dat moment ben ik uitvoerder gebleven. Tot de laatste dag.”
Leidinggeven met beide benen op de grond
Uitvoerder zijn was iets heel anders dan werken met de machines. In een keer was hij verantwoordelijk voor meerdere projecten tegelijk. Zes, soms zeven werken tegelijk, elk met hun eigen uitdagingen, deadlines en onverwachte wendingen. “Veel te veel eigenlijk,” zegt hij eerlijk, zonder er doekjes om te winden. “Dat ging soms echt te gek.”
Toch kon hij het. En goed ook! Omdat hij aanvoelde wat er speelde op een werk, vaak nog voordat hij zijn voet op de grond had gezet. “Ik hoefde niet de hele dag op het werk te zijn. Als ik aankwam rijden, had ik het vaak al gezien. Dan wist ik: dit kan niet. Die jongens staan te praten. Dan zei ik: blijf maar even staan, jongens. Zo komt het werk niet af.”
Streng misschien, voor wie hem niet kende. Maar altijd rechtvaardig. Altijd met respect voor het werk en voor de mensen die het deden. En dat respect werkte twee kanten op. Hij vroeg veel, maar gaf zelf het voorbeeld. “Je doet het samen. Alleen kan ik ook niks.” Die gelijkwaardigheid – ondanks zijn leidinggevende rol – maakte hem tot de uitvoerder die hij was.
Het spoorproject dat alles had
Als hij één project moet noemen dat eruit springt, dan is het zonder aarzelen het spoorproject tussen Leeuwarden en Groningen. Drie jaar lang werk aan één van de belangrijkste spoorverbindingen van het noorden.Â
Zandbedden aanleggen, grind verwerken, sloten verleggen, een tweede spoor aanleggen en delen van het bestaande spoor vernieuwen. Dit moest allemaal gebeuren terwijl het treinverkeer zijn reguliere schema volgde.
Het werk gebeurde in weekenden en nachten. In de korte tijd dat de treinen stilstonden. Vrijdag reed de trein nog. Zaterdag en zondag werd er gewerkt, met man en macht. Maandagochtend om vijf uur moest het spoor er weer liggen, veilig en gereed voor de eerste trein. “Weer of geen weer. Wat er ook gebeurde, het moest klaar.” Die druk, dat perfecte samenspel van planning en uitvoering, was immens.
De spanning zat in alles. Planning die geen enkele vertraging duldde. Mensen die precies moesten weten wat ze deden. Materieel dat op het juiste moment op de juiste plek moest zijn. “Je kreeg maar een paar dagen. En dan moest het ook goed zijn.”Â
Toen het werk uiteindelijk klaar was, mocht hij als blijk van waardering zelfs voorin de trein meerijden. “Bij de machinist. Anders zie je niks.” Een eenvoudig gebaar misschien, maar voor Dicky een moment van trots. De pen die hij na de oplevering overhandigd kreeg, ligt nog als dierbare herinnering in de la van een kast in zijn woonkamer.
Van spoor naar water
Na het spoor volgden andere grote werken, elk met hun eigen complexiteit. Waterzuiveringen in Sneek, Gorredijk en Grauw. Projecten waarbij precisie en planning essentieel waren. Kadeverhogingen die hele wijken moesten beschermen. Arkenprojecten waarbij woonschepen tijdelijk moesten verdwijnen en later weer exact terugkwamen, alsof er niets gebeurd was. “Ik heb echt van alles gedaan. Door het hele land.” Een understatement voor een carrière vol diversiteit.
Familiebedrijf in de praktijk
Wat Haarsma voor hem bijzonder maakte, is altijd het familiegevoel geweest. “Altijd gezellig. Altijd humor.” Werk en privé liepen vaak door elkaar heen op een manier die vandaag misschien vreemd zou lijken.Â
Koffie drinken aan de keukentafel bij de baas thuis. Kinderen op het aanrecht gezet omdat alle stoelen bezet waren door werkmannen die even pauzeerden. “Je hoefde niet naar huis. Je hoorde erbij.” Dat gevoel van erbij horen, van meer zijn dan alleen een werknemer, dat heeft Dicky altijd gekoesterd. “De familie Haarsma is in al die jaren gewoon zichzelf gebleven. Gelijkwaardig. Ondanks dat het bedrijf zo is gegroeid.”
Plotseling stoppen
Het einde van zijn werkzame leven kwam abrupt, zonder waarschuwing. Na een gewone dag belandde hij ‘s avonds in het ziekenhuis, zwevend tussen leven en dood. “Ze dachten dat ik het niet zou overleven.”
Dat deed hij wel, maar het leven zoals hij het kende, moest hij achter zich laten. Lopen ging niet meer. Operaties en revalidatie volgden. “Je had het liever anders gezien,” zegt hij, met een soberheid die typisch voor hem is. Geen zelfmedelijden, alleen een nuchtere constatering. “Maar ik ben er nog.”
Nog steeds betrokken
Stoppen wilde hij nooit. “Ik was uitvoerder tot de laatste dag.” En ook nu, jaren later, is hij niet los van het werk dat zijn leven vormgaf. Hij maait nog steeds, zijn eigen weiland. “Dat maaien, dat zat er altijd al in. En dat zit er nog steeds in.” Die passie van vroeger, die eerste liefde voor het land en het werk is nooit weggegaan.
Terugkijkend heeft hij nooit de behoefte gehad om ergens anders te werken. Geen moment van twijfel, geen wat-als-gedachten. “Ik had het goed naar mijn zin. En ben nooit met tegenzin naar het werk gegaan. Dat kan ik me niet herinneren.” Voor hoeveel mensen geldt dat, na een werkzaam leven van bijna vijftig jaar?
Een werkleven bij Haarsma
Bijna 50 jaar groeide Dicky met Haarsma mee. Van loonwerk naar grote infraprojecten. Van maaien tot uitvoeren. Altijd met plezier. Altijd met inzet. Van de eerste medewerker tot een van de meest ervaren krachten die Haarsma ooit kende.
“Het was nooit ik,” zegt hij, en daar zit de kern van zijn verhaal. “Het was altijd wij. Samen. Met elkaar.”
En misschien is dat wel precies waarom zijn verhaal zo onlosmakelijk bij Haarsma hoort. Bij het vijftigjarig jubileum van ons bedrijf is hij meer dan een eerste medewerker. Hij is een stuk van die geschiedenis. Levend, veerkrachtig, en nog steeds verbonden met het werk dat hem altijd dierbaar is geweest.


